Personen- en familierecht

Juridische bijstand en advies in zaken die betrekking hebben op allerlei gebeurtenissen in uw familie of gezinsleven

Personen- en familierecht

Bij Van Manen Advocatuur kunt u terecht voor advies en bijstand in familiezaken. Hierbij kunt u denken aan een echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek of op eenzijdig verzoek. Bij een echtscheidingsprocedure op eenzijdig verzoek, wordt ook vaak een aan de rechtbank gevraagd een voorlopige voorziening te treffen voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Ook kunt u bij het kantoor terecht voor advies of bijstand inzake de verbreking van de samenleving, het vaststellen of wijzigen van een omgangsregeling tussen een ouder en kind of overige familieleden en kind, het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, het berekenen, vaststellen of wijzigen van alimentatie waaronder zowel kinderalimentatie of partneralimentatie, de erkenning van een minderjarige of de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, geschillen die betrekking hebben op het eenhoofdig of gezamenlijk gezag over kinderen, verweer inzake een verzoek tot ondertoezichtstelling of de verlenging ervan en verweer tegen een verzoek tot uithuisplaatsing of de verlenging ervan. Familierecht zaken hebben vaak een enorme impact op alle betrokken personen. Het heeft betrekking op ieders persoonlijke situatie en brengt daarom ook vaak veel emoties mee. Bij Van Manen advocatuur krijgt u de ruimte om uw verhaal met de advocaat te delen. De advocaat zal u gedurende de gehele procedure adviseren en bijstaan.
Bij Van Manen Advocatuur kunt u ook in bepaalde gevallen terecht om gezamenlijk met uw ex-partner afspraken te maken. De afspraken kunnen worden vastgelegd in een overeenkomst (convenant) of ouderschapsplan, zoals bij mediation. In een overlegsituatie zoals deze zal mw. mr. R. van Manen niet partijdig optreden, maar meer als mediator. Zij zal uw wensen vertalen in een schriftelijk document zodat de gezamenlijk gemaakte afspraken worden vastgelegd. Dit geeft duidelijkheid en zekerheid voor beide partijen voor de toekomst. Indien gewenst kunnen (een deel van) deze afspraken ook worden vastgelegd in een gerechtelijke beschikking. Bij Van Manen Advocatuur kunt u hiervoor vooraf een vaste prijsafspraak maken. U weet dan vooraf precies waar u aan toe bent. Hieronder treft u meer informatie aan over de verschillende onderwerpen die betrekking hebben op het familierecht waarin mw. mr. R. van Manen voor u iets kan betekenen.

Officieel gescheiden
In Nederland is het zo geregeld dat partijen pas gescheiden zijn als de beschikking (uitspraak) van de rechtbank tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente waarin partijen destijds zijn getrouwd. Tijdens de echtscheidingsprocedure bent u dus officieel nog steeds getrouwd.
Inschrijving verzoek in huwelijksgoederen register
Ondanks dat u officieel nog wel getrouwd blijft, verandert er al wel snel iets ten aanzien van de huwelijksgoederengemeenschap. De huwelijksgoederengemeenschap bevat alle bezittingen en schulden die u als echtgenoten gezamenlijk hebt. De huwelijksgoederengemeenschap kan al ontbonden worden (eindigen) op het moment dat het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank wordt ingediend. Vanaf dat moment kunnen er geen gemeenschapsschulden ontstaan. De schulden die ontstaan, zijn voor degene die de schuld is aangegaan. Ook geldt vanaf dat moment dat de echtgenoten in beginsel gezamenlijk het beheer hebben over de goederen die zich in de huwelijksgoederengemeenschap bevonden. Het is dan bijvoorbeeld juridisch niet mogelijk om gezamenlijke inboedelgoederen te verkopen zonder medewerking van de andere echtgenoot. Het is ook mogelijk vanaf dat moment bij de belastingdienst Toeslagen aan te vragen of een uitkering aan te vragen zonder dat wordt gekeken naar het inkomen van de andere echtgenoot.
Wanneer scheiden?
Een verzoek tot echtscheiding wordt uitgesproken als sprake is van een duurzame ontwrichting van het huwelijk. Dit houdt in dat er geen uitzicht op herstel van het huwelijk zal zijn. Als een van de twee echtgenoten bij de rechtbank aangeeft dat sprake is van een duurzame ontwrichting zal de rechtbank hiervan uitgaan en in principe het verzoek tot echtscheiding toewijzen.

Gemeenschappelijk echtscheidingsverzoek
Als sprake is van een gemeenschappelijk verzoek, dient de advocaat een echtscheidingsverzoek in namens beide echtgenoten. De advocaat treedt dan ook op voor beide partijen. Alles wat de advocaat aan de ene partij vertelt of adviseert, zal de advocaat ook aan de andere partij vertellen of adviseren. Het is alleen zinvol om een echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek te starten als u het over bijna alle punten gezamenlijk eens bent en verwacht dat u het eens blijft over deze punten.
Convenant
Veelal zullen in een convenant (overeenkomst) afspraken worden vastgelegd over bijvoorbeeld: wie in de voormalig echtelijke woning verblijft, de verdeling van de bezittingen en schulden, het opgebouwde pensioen, partneralimentatie, kinderalimentatie, de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en eventueel nog meer.
Opnemen van onderling getroffen regeling in beschikking
Het is mogelijk om de rechtbank te vragen de onderling getroffen regeling (het convenant) op te nemen in een beschikking. De rechtbank zal hier veelal tot overgaan. Dit wordt vaak gedaan als er verdeling- en/of alimentatieafspraken zijn vastgelegd in de overeenkomst. Het gevolg van het opnemen van de onderling getroffen regeling in de beschikking (het bekrachtigen van de regeling) is dat de afspraken in de overeenkomst direct een executoriale titel hebben. Als een van de partijen zich niet houdt aan een afspraak, kan de andere partij direct naar een deurwaarder en beslag laten leggen op salaris/de goederen of een bankrekening van de ander. Als de afspraken niet zijn bekrachtigd door de rechtbank, dient men eerst een aparte procedure bij de rechtbank te starten om een executoriale titel te verkrijgen voordat een deurwaarder beslag kan leggen.
Ouderschapsplan
Als er ten tijde van het verzoek tot echtscheiding minderjarige kinderen zijn, zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding niet in behandeling nemen als er geen Ouderschapsplan aanwezig is. In een ouderschapsplan worden afspraken vastgelegd die gemaakt zijn tussen de ouders en kinderen en die betrekking hebben op de kinderen. De kinderen moeten op een bij hun leeftijd passende wijze betrokken worden bij het opstellen van het ouderschapsplan. Het ouderschapsplan bevat afspraken aangaande die betrekking hebben op onder andere: de hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (omgang), alimentatie, verdeling van feestdagen en vakanties, bijwonen van sport en school activiteiten, het gezag over de kinderen, informatie en consultatie ten aanzien van de kinderen.
De procedure
De advocaat zal met u gezamenlijk het verzoekschrift tot echtscheiding doorspreken en u wijzen op de mogelijke afspraken die in het convenant opgenomen kunnen worden. Het verzoekschrift en convenant zullen voor u worden opgesteld en met uw worden doorgesproken zodat u beiden precies weet wat u afspreekt en wat de gevolgen zijn. De advocaat zal, nadat alle afspraken op papier staan en door u beiden zijn ondertekend, het verzoekschrift met alle benodigde uittreksels en het convenant indienen bij de rechtbank en laten inschrijven in het huwelijksgoederenregister.
Enkele weken later zal de rechtbank de echtscheidingsbeschikking toesturen aan de advocaat. De advocaat zal deze beschikking aan u zenden tezamen met een zogenaamde ‘akte van berusting en verzoek tot inschrijving’ welke u dient te ondertekenen. Met deze akte geeft u aan dat u geen hoger beroep wilt instellen tegen de beslissing van de rechtbank en verzoekt u de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente om de echtscheidingsbeschikking in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand. Nadat deze akte van u beiden retour is ontvangen, draagt de advocaat zorg voor inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand waarna u gescheiden bent.
Kosten
Voor een echtscheidingsprocedure bent u naast de kosten van rechtsbijstand (de advocaat kosten) ook griffierecht verschuldigd. Dit wordt door de rechtbank berekend en in rekening gebracht. Verder moeten er uittreksels worden opgevraagd bij de gemeente. Mw. mr. R. van Manen kan u gezamenlijk bijstaan in een echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek. Dit kan op basis van een toevoeging (gefinancierde rechtbankbijstand) of betalend. Neem voor meer informatie contact op met Van Manen Advocatuur en informeer naar de voorwaarden en mogelijkheden.

Eenzijdig echtscheidingsverzoek
Het is ook mogelijk om bij de rechtbank een eenzijdig echtscheidingsverzoek in te dienen. In dat geval treedt de advocaat alleen voor u op en bespreekt zij alleen met u wat u wenst te verzoeken. In het echtscheidingsverzoek zal voor u aan de rechtbank gevraagd worden om de echtscheiding uit te spreken en – indien gewenst- een aantal nevenverzoeken toe te wijzen. Onderstaande informatie staat beschreven voor de situatie dat u degene bent die de procedure opstart. In de helft van de gevallen zal de wederpartij (uw partner) de procedure starten. Uiteraard kunt u dan ook bij Van Manen Advocatuur terecht.
Nevenverzoeken
Nevenverzoeken zijn alle verzoeken aan de rechtbank die samenhangen met het verzoek tot echtscheiding, zoals bijvoorbeeld : wie in de voormalig echtelijke woning blijft wonen, de verdeling van de bezittingen en schulden, het opgebouwde pensioen, partneralimentatie, kinderalimentatie, de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en eventueel nog meer.
Ouderschapsplan
Als er ten tijde van het verzoek tot echtscheiding ook minderjarige kinderen aanwezig zijn, zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding niet in behandeling nemen als er geen Ouderschapsplan aanwezig is. In een ouderschapsplan worden afspraken vastgelegd die gemaakt zijn tussen de ouders en kinderen en die betrekking hebben op de kinderen. De kinderen moeten op een bij hun leeftijd passende wijze betrokken worden bij het opstellen van het ouderschapsplan. Het ouderschapsplan bevat afspraken aangaande de kinderen en die betrekking hebben op onder andere: de hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (omgang), alimentatie, verdeling van feestdagen en vakanties, bijwonen van sport en school activiteiten, het gezag over de kinderen, informatie en consultatie ten aanzien van de kinderen.
De procedure: het indienen van het verzoekschrift
De advocaat zal met u het verzoekschrift tot echtscheiding en nevenvoorzieningen doorspreken, zodat u precies weet wat u verzoekt. Afhankelijk van uw specifieke situatie zal de advocaat kijken of het mogelijk is met de (advocaat van de) wederpartij in contact te treden om alsnog overeenstemming te bereiken over bepaalde punten. Het verzoekschrift zal met alle benodigde uittreksels worden ingediend bij de rechtbank en worden ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Een deurwaarder zal het verzoekschrift officieel betekenen bij de wederpartij.
De procedure: reageren op het verzoekschrift
De wederpartij krijgt een termijn van zes weken waarbinnen zijn of haar advocaat zich moet stellen in de procedure (bekend moet maken als advocaat). Binnen die termijn moet ook een verweerschrift (schriftelijke reactie op het ingediende verzoekschrift) zijn ingediend of om uitstel worden gevraagd. Dit uitstel bedraagt vier weken.
Het is mogelijk dat de wederpartij niet in de procedure verschijnt en er dus geen enkele reactie komt. De rechtbank kan de verzoekende partij uitnodigen op een zitting of zal daarna een beslissing nemen op het verzoek.
Het is ook mogelijk dat de wederpartij geen verweer wenst te voeren en zich neerlegt bij het oordeel van de rechtbank. Dit noemen we ‘refereren’. De rechtbank zal dan vaak toewijzen wat is verzocht. De wederpartij kan de echtscheidingsprocedure ook versnellen door een referteverklaring in te dienen bij de rechtbank. Deze verklaring moet met een advocaat worden ingediend. De advocaat bespreekt dan met u wat er in het verzoekschrift staat en wat de gevolgen zijn. Als u volledig geïnformeerd bent en dan nog steeds geen verweer wenst te voeren en zich wilt refereren aan het oordeel van de rechtbank, zal de advocaat een referteverklaring opstellen voor u. De rechtbank zal dan vaak na enkele weken uitspraak doen.
Als de wederpartij verweer wilt voeren, moet dit via een advocaat. In dit verweerschrift zal de advocaat uiteenzetten waar u het niet mee eens bent en waarom niet. Het is ook mogelijk in het verweerschrift zelf enkele zelfstandige verzoeken op te nemen. Zo kan bijvoorbeeld verweer worden gevoerd tegen het verzoek om partij A in de woning te laten blijven wonen en vervolgens zelf aan de rechtbank gevraagd worden om te bepalen dat u (partij B) in de woning kan blijven wonen. Als er met het verweerschrift tevens een zelfstandig verzoek wordt ingediend, krijgt de andere partij (dus de partij die als eerste instantie de procedure is gestart) van de rechtbank gelegenheid om schriftelijk op de zelfstandige verzoeken te reageren.
De procedure: een mondelinge behandeling
Als alle partijen eenmaal schriftelijk hebben mogen reageren op elkaars verzoeken, zal de rechtbank beide partijen uitnodigen voor een mondelinge behandeling. Voorafgaand aan deze zitting krijgen partijen nog gelegenheid om extra stukken in te dienen. De advocaten zijn ook aanwezig op deze zitting. De rechter zal tijdens de zitting de zaak met u bespreken, u gelegenheid geven nog iets aan te vullen of toe te lichten. Ook zal de rechtbank kijken of er toch onderling nog een oplossing kan worden bereikt. De rechtbank zal vier weken na de mondelinge behandeling uitspraak in de zaak doen. U hoeft hier niet bij aanwezig te zijn. De uitspraak wordt op papier gezet een aan de advocaat verzonden. De procedure: na de beschikking De rechtbank zal de beschikking aan de advocaat zenden en de advocaat zal deze beschikking aan u zenden.
Het is mogelijk tegen deze beslissing in hoger beroep te gaan. Dit geldt voor de beslissing ten aanzien van de echtscheiding en ten aanzien van een van de overige verzoeken (nevenverzoeken). Het is ook mogelijk te berusten in de scheiding, maar wel in hoger beroep te gaan tegen bijvoorbeeld de beslissing omtrent de hoogte van de alimentatie of de verdeling. De advocaat zal dit met u bespreken.
Afhankelijk van de beschikking en zal de advocaat u een zogenaamde ‘akte van berusting en verzoek tot inschrijving’ toesturen welke u dient te ondertekenen. Met deze akte geeft u aan dat u geen hoger beroep wilt instellen tegen de echtscheidingsbeslissing (en eventueel de nevenbeslissingen) van de rechtbank en verzoekt u de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente om de echtscheidingsbeschikking in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand. Nadat deze akte van u beiden retour is ontvangen, draagt de advocaat zorg voor inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand waarna u gescheiden bent.
Kosten
Voor een echtscheidingsprocedure bent u naast de kosten van rechtsbijstand (de advocaat kosten) ook griffierecht verschuldigd. Dit wordt door de rechtbank berekend en in rekening gebracht.
Verder moeten er door de verzoekende partij (degene die de procedure start) uittreksels worden opgevraagd bij de gemeente. Ook moet de verzoekende partij rekening houden met deurwaarderskosten. Mw. mr. R. van Manen kan u als verzoekende of verwerende partij bijstaan in een echtscheidingsprocedure. Dit kan op basis van een toevoeging (gefinancierde rechtbankbijstand) of betalend. Ook is het bij Van Manen Advocatuur mogelijk tegen een vast vooraf overeengekomen tarief een referteverklaring op te laten stellen en in te dienen bij de rechtbank. Als een referteverklaring wordt ingediend, wordt geen griffierecht in rekening gebracht door de rechtbank. Het is ook mogelijk om in bepaalde gevallen tegen een vooraf overeengekomen tarief de gehele echtscheidingsprocedure voor u te regelen. U hebt dan vooraf duidelijkheid over de kosten.

Voorlopige voorziening
Het is mogelijk om aan de rechtbank een voorlopige voorziening te vragen. De rechtbank kan namelijk voor de tijd dat de echtscheidingsprocedure loopt bepaalde voorzieningen treffen. De voorzieningen kunnen betrekking hebben op: het recht om zonder de andere partij in de woning te verblijven, partneralimentatie, kinderalimentatie, de hoofdverblijfplaats van de kinderen (bij welke ouder ze verblijven), een regeling omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of omgangsregeling ten aanzien van de kinderen, het verschaffen van informatie omtrent de kinderen, het beschikbaar stellen van bepaalde goederen door de ene echtgenoot aan de andere.
De advocaat van de verzoekende partij zal een verzoekschrift voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank. De rechtbank zal een kopie daarvan toesturen aan de andere partij (of aan diens advocaat als deze bekend is). Bij dat verzoekschrift zal ook een uitnodiging zitten voor de mondelinge behandeling. De verwerende partij kan tot aan de mondelinge behandeling een verweerschrift indienen of zelf schriftelijk verzoeken indienen bij de rechtbank. Hiervoor moet de verwerende partij een advocaat inschakelen. De verwerende partij kan ook tijdens de zitting mondeling verweer voeren. Dit mag zelfs zonder advocaat. Echter wordt het afgeraden om zonder advocaat naar de zitting te gaan en verweer te voeren, omdat er in een korte tijd gehandeld moet worden en de juridische mogelijkheden en gevolgen lastig te overzien zijn.
De rechtbank zal snel na de zitting (of zelfs soms tijdens de zitting) uitspraak doen. De gehele procedure (vanaf het moment van indienen van de voorlopige voorziening tot de beschikking van de rechtbank) zal ongeveer 8 weken duren.
Het is niet mogelijk in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Het is wel mogelijk om, als er sprake is van een wijziging van omstandigheden, een verzoek in te dienen bij de rechtbank waarin wordt gevraagd de beschikking op een bepaald onderdeel in te trekken of te wijzigen (bijvoorbeeld door de vragen om te bepalen dat geen partneralimentatie meer verschuldigd of minder partneralimentatie verschuldigd is).
Mw. mr. R. van Manen kan u in de voorlopige voorziening procedure bijstaan op basis van gefinancierde rechtsbijstand of tegen het regulier uurtarief. U dient er rekening mee te houden dat u als verzoekende partij (oorspronkelijke verzoeker of verweerder die een zelfstandig verzoek doet) griffierecht verschuldigd is welke door de rechtbank in rekening wordt gebracht. Ook kan het nodig zijn uittreksels op te vragen. Neem contact op en vraag naar de mogelijkheden.

Einde samenleving
Wettelijk zijn er geen regels die voorschrijven op welke manier u een relatie dient te beëindigen. Wel kan het zo zijn dat partijen onderling in bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hierover afspraken hebben gemaakt. In veel samenlevingscontracten is bijvoorbeeld opgenomen dat er een (aangetekende) brief verstuurd moet worden aan de andere partij om de samenleving officieel te beëindigen.
Het is vaak wel aan te raden om onderling afspraken te maken ten aanzien van de verdeling van bepaalde goederen, de betaling en/of verkoop van een koopwoning en afspraken met betrekking tot de kinderen (alimentatie, gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of omgangsregeling etc.). U kunt alle afspraken die te maken hebben met de kinderen vastleggen in een ouderschapsplan, maar dit is niet verplicht.
Als het wenselijk is (een deel van) deze afspraken te laten vastleggen in een gerechtelijke beslissing, kan de advocaat hiervoor namens u een verzoek indienen bij de rechtbank. Het is niet mogelijk het gehele ouderschapsplan te laten opnemen in een gerechtelijke beslissing, maar wel de regeling inzake de kinderalimentatie en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of omgangsregeling. Ook kan het gezamenlijk gezag officieel worden geregeld. Bij Van Manen Advocatuur kunt u hiervoor vooraf een vaste prijsafspraak maken. U weet dan vooraf precies waar u aan toe bent.
De advocaat bespreekt graag met u (al dan niet gezamenlijk) de mogelijkheden. U krijgt de ruimte om uw verhaal met de advocaat te delen. De afspraken kunnen worden vastgelegd in een overeenkomst (convenant) of ouderschapsplan, zoals bij mediation. In een overlegsituatie zoals deze zal mw. mr. R. van Manen niet partijdig optreden, maar meer als mediator. Zij zal uw wensen vertalen in een schriftelijk document zodat de gezamenlijk gemaakte afspraken worden vastgelegd. Dit geeft duidelijkheid en zekerheid voor beide partijen voor de toekomst. Afhankelijk van uw inkomen kan dit op basis van een toevoeging (gefinancierde rechtsbijstand).

Omgang
Kinderen hebben recht op omgang met hun ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat met de kinderen. Ouders hebben er recht op de band met hun kind te behouden en te ontwikkelingen. De ouder bij wie de minderjarige de gewone verblijfplaats heeft, (op wiens adres de minderjarige ingeschreven staat/ normaal verblijft) is verplicht om de banden van de minderjarige met de andere ouder te bevorderen. Het recht op omgang/ contact tussen een ouder en een kind kan slechts wegens gegronde redenen worden onthouden door de rechter. Als een ouder die met het gezag belast is omgang met zijn of haar kind wenst te hebben, wordt vaak niet gesproken van een omgangsregeling maar van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De advocaat verzoekt dan namens u aan de rechtbank om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen.
Kinderen hebben ook recht op omgang met anderen dan hun ouders. Voorwaarde is dat tussen de kinderen en de ander een nauwe band bestaat. In dit geval kan bijvoorbeeld gedacht worden aan grootouders, pleegouders of de verwekker van een kind dat dit kind niet heeft erkend. De advocaat kan voor u (als andere dan de ouder) de rechtbank verzoeken om een omgangsregeling vast te stellen tussen u en de minderjarige.
De advocaat adviseert u graag en staat u graag in de procedure inzake de verdeling van zorg- en opvoedingstaken of het vaststellen van een omgangsregeling. Indien u het niet eens bent met de rechtelijke beslissing kunt u ook binnen drie maanden na de beschikking van de rechtbank in hoger beroep gaan. Als er sprake is van een wijziging van omstandigheden kan ook opnieuw bij de rechtbank worden gevraagd de huidige verdeling/ regeling te wijzigen. Ook hierin kan Van Manen Advocatuur van alles voor u betekenen.
Handhaving van een omgangsregeling
Soms is op papier alles goed geregeld, maar is er daadwerkelijk geen contact of omgang met de kinderen. Dit zal behoorlijk frustrerend voor u kunnen zijn. Helaas kent de wet geen speciale sancties op een werkelijke handhaving van het recht op en de plicht tot contact/omgang. De advocaat zal u in een situatie als deze graag adviseren en de mogelijkheden met u bespreken. Soms kan een brief van een advocaat al veel helpen of kan een verzoek tot wijziging van de bestaande regeling uitkomst bieden als er bijvoorbeeld praktische problemen zijn bij de uitvoering van de regeling. Helaas zijn vorenstaande opties niet altijd de oplossing. De advocaat kan dan voor u bij de rechtbank in de bestaande of in een nieuwe procedure vorderen dat de wederpartij moet meewerken aan de uitvoering van de regeling op straffe van een dwangsom (als degene niet meewerkt, moet degene een geldbedrag betalen). Er zou tenuitvoerlegging van de bestaande regeling afgedwongen kunnen worden met behulp van de sterke arm (politie), de rechtbank kan dit opnemen in de beslissing. Afgewogen moet worden of dit in het belang van de minderjarige zal zijn. Daarnaast kan het mogelijk zijn een om een kinderbeschermingsmaatregel te treffen, dit wordt ook wel omgangsondertoezichtstelling genoemd. Deze ondertoezichtstelling heeft uitsluitend tot doel om een omgangsregeling tot stand te brengen of te effectueren. Tot slot zou ook een verzoek tot wijziging van het gezag (van tweehoofdig naar eenhoofdig) of wijziging van de hoofdverblijfplaats kunnen worden verzocht.

Alimentatie
Met alimentatie wordt de financiële bijdrage bedoeld die voldaan moet worden zodat de ander kan voorzien in zijn of haar levensonderhoud. Als u al een gerechtelijke beslissing hebt waarin staat dat maandelijks een bepaald bedrag dient te worden voldaan, maar de wederpartij betaalt niet, dan kunt u zich tot het LBIO of een deurwaarder wenden zodat beslag gelegd kan worden om zo alsnog te bewerkstelligen dat er daadwerkelijk een bijdrage wordt ontvangen.
Als u alimentatie moet betalen, maar door een wijziging van omstandigheden (bijvoorbeeld omdat u uw baan bent kwijt geraakt) dit niet meer kan betalen, kan de advocaat u bijstaan in een procedure waarin u de rechtbank verzoekt de vastgestelde bijdrage te verminderen. Er moet dan sprake zijn van een wijziging van omstandigheden waardoor de huidige rechtelijke uitspraak niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven. U kunt uiteraard ook worden bijgestaan als de wederpartij een procedure bij de rechtbank is gestart waarin gevraagd wordt de maandelijkse bijdrage te wijzen en u tegen dit verzoek verweer wenst te voeren. Jaarlijks wordt het bedrag dat aan alimentatie voldaan moet worden van rechtswege (automatisch) geïndexeerd (verhoogd). Het percentage waarmee de alimentatie jaarlijks verhoogd wordt, verandert elk jaar.

Kinderalimentatie
Ouders zijn wettelijk verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geldt ook voor stiefouders of bijvoorbeeld voor de persoon die de verwekker van een kind is, maar het nooit heeft erkend. De verplichting om te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie geldt totdat de leeftijd van 21 jaar is bereikt.
Berekening van kinderalimentatie: behoefte
Bij de vaststelling van de hoogte van de alimentatie wordt gekeken naar de behoefte van het kind: hoeveel besteed men gemiddeld maandelijks aan een kind. Hierbij wordt rekening gehouden met het netto besteedbaar gezinsinkomen, het kindgebonden budget en de kinderbijslag. De berekening van de kinderalimentatie zal middels een voorbeeld worden weergegeven. In het voorbeeld zal voor de behoefte een bedrag van € 250,- worden genomen.
Berekening van kinderalimentatie: draagkracht
Daarnaast wordt gekeken naar de draagkracht van de onderhoudsplichtigen. Ouders zijn immers verplicht om naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind(eren). Een draagkrachtberekening ziet er- eenvoudig weergegeven- als volgt uit: Allereerst kijkt men naar het netto besteedbaar inkomen per maand. Dit is vaak het netto maandinkomen, vermeerderd met fiscale kortingen (bijvoorbeeld heffingskorting van de belastingdienst), het netto vakantiegeld of een netto eindejaarsuitkering. Als voorbeeld wordt een bedrag ad € 1.700,- genomen.
Hierop wordt een forfaitair bedrag (een vast bedrag wat dus kan afwijken van het werkelijke bedrag) in mindering gebracht voor de woonlasten. Dit bedrag is 30% van het netto besteedbaar inkomen. Er wordt dus geen rekening gehouden met daadwerkelijk woonlasten en een verhuizing of jaarlijkse huurverhoging heeft dus ook geen invloed op de te betalen alimentatie. De woonlasten bedragen in dit voorbeeld dus € 510,- (30% van € 1.700,-).
Vervolgens wordt een vast bedrag (dit bedrag wordt elk jaar opnieuw bepaald) in mindering gebracht waarvan men geacht wordt in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Dit bedrag is opgebouwd uit de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Dit bedrag wordt gecorrigeerd met het bedrag dat in de bijstandsnorm is opgenomen voor de woonlasten, het bedrag voor de ziektekostenverzekering en bedrag wat hiervoor in de bijstandsnorm is opgenomen, te vermeerderen met een bedrag voor onvoorziene kosten. In dit voorbeeld wordt het bedrag ad € 950,- genomen voor levensonderhoud, dit is het bedrag wat volgens het prijspeil in januari 2019 hiervoor wordt gebruikt.
Van de draagkrachtruimte, gaat men ervan uit dat een bepaald percentage (gelegen tussen de 70 en 100% afhankelijk van het netto besteedbaar inkomen) beschikbaar wordt geacht voor alimentatie. Dit zou dus het maximale bedrag zijn wat de alimentatieplichtige zou kunnen missen elke maand. In dit voorbeeld is dit dus: € 1.700,- minus € 510,- minus € 950,- = € 240,- en daar dan 70% van is € 168,-. Dit is dus het bedrag wat de alimentatieplichtige maximaal maandelijks zou kunnen bijdragen.
De draagkrachtberekening zoals hierboven is beschreven, wordt voor alle alimentatieplichtigen gedaan. Daarna is bekend hoeveel de alimentatieplichtigen samen maximaal zouden kunnen bijdragen.
Berekening van kinderalimentatie: de te betalen alimentatie
Daarna wordt opnieuw gekeken hoeveel de totale behoefte bedraagt (zie: berekening van de kinderalimentatie: de behoefte) en wordt de behoefte verdeeld tussen de alimentatieplichtigen naar verhouding van hun draagkracht. Als voorbeeld is een behoefte genomen van € 250,-. Er is een draagkrachtberekening gemaakt waaruit een bedrag ad € 168,- als maximale draagkracht voor de ene alimentatieplichtige (persoon A) is gekomen. Als voorbeeld gaan we ervan uit dat voor de andere alimentatieplichtige (persoon B) een maximale draagkracht van € 375,- geldt. De behoefte van € 250,- moet nu naar verhouding verdeeld worden. Dit komt erop neer dat persoon A € 77,35 kan bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind en persoon B € 172,65 kan bijdragen.
Dit voorbeeld dient als illustratie en is een eenvoudige weergave. Afhankelijk van uw specifieke situatie kunnen allerlei uitzonderingen op de hoofdregel van toepassing zijn. Zo kan er sprake zijn van een zorgkorting, als sprake is van omgang tussen een kind en de alimentatieplichtige. Ook kan het voorkomen dat de draagkracht van beide ouders minder is dan de behoefte. In dat geval is de berekening van de kinderalimentatie anders. Ook kan sprake zijn van een sterk wisselend inkomen, een eigen onderneming, samengestelde gezinnen, stiefkinderen, onredelijke woonlasten of bijvoorbeeld een aflossing van schulden. De afgelopen jaren is er bovendien ook nog van alles te doen geweest omtrent het Kind Gebonden Budget (KGB) en de wijze waarop hiermee rekening moet worden gehouden bij de berekening van de alimentatie. Het is daarom belangrijk dat u zich goed laat adviseren en de alimentatieberekening door een deskundige laat uitvoeren. Bij Van Manen Advocatuur is het mogelijk tegen een vooraf afgesproken bedrag een berekening te laten maken, zodat u daarna met de advocaat kan bespreken of het zinvol is om een verzoek tot wijziging in te dienen bij de rechtbank. Neem contact op met het kantoor en informeer naar de mogelijkheden. Van Manen Advocatuur staat u graag bij!

Partneralimentatie
De verplichting tot het verschaffen van levensonderhoud kan bestaan voor ex echtgenoten of ex geregistreerde partners. Een dergelijke verplichting bestaat niet (nog) niet voor ex samenwoners.
Als sprake is van een verplichting tot partneralimentatie, geldt deze vanaf het moment dat partijen officieel gescheiden zijn, behoudens een eventueel bepaalde verplichting welke is gegeven in het kader van een voorlopige voorziening. De maximale duur bedraagt op dit moment nog 12 jaren, tenzij sprake is geweest van een kinderloos huwelijk welke niet langer dan 5 jaar heeft geduurd. Vanaf 1 januari 2020 wordt de duur van de partneralimentatie termijn verkort tot 5 jaar. De nieuwe wet zal van toepassing zijn op alimentatieverzoeken (inclusief echtscheidingsverzoeken met hierin opgenomen een verzoek tot partneralimentatie) die bij de rechtbank zijn ingediend na 1 januari 2020. Voor verzoeken die voor deze datum zijn ingediend, blijft het oude recht gelden. Na 1 januari 2020 geldt dat als de rechtbank geen termijn voor partneralimentatie heeft vastgesteld de alimentatieverplichting van rechtswege zal eindigen na het verstrijken van een termijn die gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Hierop zijn drie uitzonderingen van toepassing:
Is alimentatiegerechtigde geboren op of voor 1‐1‐1970 en diens leeftijd meer dan 10 jaar lager dan de AOW‐leeftijd en het huwelijk heeft langer dan 15 jaar geduurd, dan geldt een alimentatietermijn van 10 jaar. Let op dat deze uitzonderingsregel 7 jaar na inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2020 vervalt.

Als een huwelijk minimaal 15 jaar heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde heeft binnen 10 jaar na echtscheiding recht op een AOW-uitkering, dan geldt de alimentatieverplichting tot AOW-gerechtigde leeftijd van de alimentatiegerechtigde.

Als sprake is van een uit het huwelijk geboren kind dat op het moment van echtscheiding jonger dan 12 jaar is, dan eindigt de alimentatieverplichting niet eerder dan wanneer het (jongste) kind de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt.
Als een partneralimentatierecht of -plicht bestaat, kan het moment van indienen van het verzoekschrift van belang zijn. Informeer bij Van Manen Advocatuur naar de mogelijkheden om tijdig het verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank. De alimentatieverplichting zal ook eindigen als de alimentatiegerechtigde opnieuw gaat samenwonen met iemand of opnieuw trouwt. Het is mogelijk dat de rechtbank in de alimentatiebeschikking de alimentatieverplichting koppelt aan een bepaalde termijn. Het is volgens de wetgever de bedoeling dat beide partijen na de scheiding op den duur weer zelf in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
Er zal alleen een verplichting tot partneralimentatie bestaan als er bij de alimentatiegerechtigde (de ontvanger) sprake is van behoefte en behoeftigheid. Daarnaast moet er bij de alimentatieplichtige (de betaler) sprake zijn van voldoende draagkracht.
De behoefte
Om te bepalen of er behoefte is bij de alimentatiegerechtigde wordt aangesloten bij de mate van welvaart waarin partijen leefden toen zij nog gehuwd waren. Alle gemiddelde uitgaven destijds worden bij elkaar opgeteld, hierbij valt te denken aan vakanties, theater bezoek, kapper, verzekeringen, levensonderhoud etc. Hierop worden de eigen inkomsten in mindering gebracht. Het verschil wat overblijft is de behoefte.
Behoeftigheid
Daarnaast dient er bij partneralimentatie sprake te zijn van behoeftigheid. Dit houdt in dat de alimentatiegerechtigde daadwerkelijk afhankelijk is van de partneralimentatie om te kunnen voorzien in de behoefte. Een veel voorkomend verweer dat door de alimentatieplichtige zal worden gevoerd is dat de alimentatiegerechtigde kan solliciteren en dus kan werken om het ‘gat’ zelf te vullen. Of als er sprake is van vermogen dat daarop ingeteerd kan worden.
Draagkracht
Een ander aspect dat van belang is bij de vaststelling van partneralimentatie is de draagkracht van de alimentatieplichtige, degene die zal gaan betalen. Bij de berekening van de draagkracht wordt gekeken naar de daadwerkelijke inkomsten en bepaalde daadwerkelijk uitgaven. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de daadwerkelijk woonlasten, daadwerkelijk betaalde premie ziektekostenverzekering, de afbetaling op schulden die in de huwelijkse periode zijn ontstaan, verplichte pensioenpremie of daadwerkelijk kosten die worden gemaakt (en niet worden vergoed) om op het werk te komen. Uiteraard wordt ook rekening gehouden met het feit dat men zelf in eigen levensonderhoud dient te voorzien. De wetgever gaat er ook vanuit dat de alimentatieplichtige zelf een bepaald percentage extra mag houden. Mw. mr. R. van Manen zal in uw specifieke situatie de mogelijkheden bespreken.
De draagkrachtberekening wordt gemaakt voor beide personen en daarna wordt rekening gehouden met de verplichting tot het betalen van kinderalimentatie. Kinderalimentatie heeft voorrang op het betalen van partneralimentatie. Als er dan nog een bedrag overblijft voor partneralimentatie wordt dit bedrag vermeerderd met het fiscaal voordeel wat de alimentatieplichtige zal ontvangen vanwege het feit dat partneralimentatie betaald moet worden. Hierna volgt een bedrag wat beschikbaar kan zijn voor partneralimentatie. Het bedrag dat daadwerkelijk betaald moet worden zal nooit hoger zijn dan de behoefte van de alimentatiegerechtigde. Het is bij Van Manen Advocatuur mogelijk in bepaalde situaties om een alimentatieberekening te laten maken tegeneen vooraf overeengekomen tarief. U kunt dan daarna beslissen of u een procedure tot wijziging bij de rechtbank wilt starten. Neemt u contact op met het kantoor en informeer naar de mogelijkheden.

Erkenning/ het gerechtelijk laten vaststellen van het ouderschap
Erkenning heeft te maken met de juridische familierechtelijke betrekking waarin in een kind kan komen te staan. De familierechtelijke betrekking ziet op de vraag tot welke juridische familie een kind behoort. Wie de(juridische ouders van dit kind zijn en wie verder juridisch tot de familie behoort, zoals broers, zussen, grootouders etc. Een kind kan maximaal twee juridische ouders hebben.
Erkenning kan buiten de rechter om plaatsvinden met toestemming van de moeder of in sommige situaties het minderjarige kind. Als de benodigde toestemming niet wordt gegeven, is het mogelijk om met behulp van een advocaat aan de rechtbank te vragen de benodigde vervangende toestemming te geven. Anderzijds is het voor de moeder of het kind mogelijk om via een procedure bij de rechtbank gerechtelijk het ouderschap te laten vaststellen tussen een minderjarige en diens verwekker. De advocaat kan u hierbij adviseren en bijstaan.
Het erkennen van een kind of het gerechtelijk laten vaststellen van het ouderschap heeft tot gevolg dat er tussen de erkenner/ de verwekker en het kind een familierechtelijke betrekking ontstaat. Dit kan vervolgens weer gevolgen hebben voor het gezag over de minderjarige, de verplichting tot het geven van levensonderhoud, de familienaam van de minderjarige, de nationaliteit en erfrechtelijke gevolgen. Het kan daarom zinvol zijn om goed vooraf geïnformeerd te worden voordat tot erkenning of het gerechtelijk laten vaststellen van het ouderschap wordt overgegaan. U kunt hiervoor terecht bij Van Manen Advocatuur.

Gezag
Gezag over kinderen gaat over het nemen van beslissingen die de minderjarigen aangaan. Dit zijn dagelijkse beslissingen, maar ook ingrijpende beslissingen zoals een ziekenhuisbehandeling of een schoolkeuze. Met betrekking tot het gezag gelden twee uitgangspunten: er is sprake van ouderlijk gezag of er is sprake van voogdij. Ouderlijk gezag kan worden uitgeoefend door beide ouders, door een ouder en zijn of haar partner, of door een van de ouders. Voogdij kan worden uitgeoefend door een of twee natuurlijke personen die geen ouder zijn of door een rechtspersoon (een voogdij instelling).
Gezamenlijk ouderlijk gezag
In Nederland is het zo geregeld dat indien een kind ten tijde van het huwelijk wordt geboren, de moeder en degene met wie zij is gehuwd van rechtswege gezamenlijk belast zijn met het gezag over de kinderen. Ook na de echtscheiding houden zij gezamenlijk het gezag over de kinderen. Als de moeder gehuwd is met een andere vrouw en de minderjarige niet door een man is erkend, zullen beide vrouwen ook gezamenlijk het gezag over het geboren kind hebben.
Als er geen sprake is van een huwelijk, heeft van rechtswege alleen de moeder het gezag over de minderjarige. Met toestemming van de moeder kan eenvoudig (zonder advocaat) een aantekening in het gezagregister worden gemaakt, waarna de ouders gezamenlijk gezag hebben.
Indien de moeder geen toestemming geeft, kan gezamenlijk gezag aan de rechtbank worden verzocht. Hiervoor is een advocaat nodig. In veel gevallen zal dit verzoek worden toegewezen. Uitgangspunt is immers dat beide ouders gezamenlijk met het gezag over de kinderen worden belast.
Het is ook mogelijk de rechtbank te verzoeken om gezamenlijk gezag vast te stellen voor een ouder en diens partner die niet de ouder is. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat de moeder met haar (nieuwe) partner (wie dus niet de ouder van de minderjarige is) gezamenlijk belast wenst te worden met het gezag over de minderjarige.
Eenhoofdig ouderlijk gezag
Er zijn situaties denkbaar dat er sprake is van gezamenlijk gezag, maar dat er op geen enkele manier op normale wijze communicatie tussen de ouders mogelijk is. Dit is echter wel noodzakelijk voor de goede invulling van het gezag. Het is mogelijk dat een van de ouders aan de rechtbank verzoekt om eenhoofdig (dus zonder de andere ouder) te worden belast met het gezag over de minderjarige(n). Een dergelijk verzoek wordt alleen toegewezen als er, aldus het oordeel van de rechtbank, bij handhaving van het gezamenlijk gezag sprake is van een situatie waarbij er onaanvaardbare risico’s voor de minderjarige(n) zijn waarbij het klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering komt of als sprake is van een situatie dat het toedelen van het gezag aan een van de ouders in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. U kunt contact opnemen met Van Manen Advocatuur en de mogelijkheden bespreken.
Geschillen met betrekking tot het ouderlijk gezag
Als er tussen de twee met gezag belaste personen geschillen zijn over de uitoefening van het gezamenlijk gezag kunnen deze aan de rechter worden voorgelegd. Hiervoor heeft u een advocaat nodig. De rechter zal dan proberen tot gezamenlijke een oplossing te komen of een beslissing nemen. Het is ook mogelijk dat er tussen de minderjarige en (een of beide) met het gezag belaste ouders een geschil ontstaat. In dat geval kan de rechtbank- als de zaak wordt voorgelegd aan de rechtbank- een bijzonder curator benoemen die de minderjarige dan vertegenwoordigt in en buiten rechte.
Indien u vragen hebt of advies wenst, kunt u contact opnemen met Van Manen Advocatuur en uw specifieke situatie voorleggen. U kunt door de advocaat worden bijgestaan op basis van gefinancierde rechtsbijstand of op basis van het reguliere uurtarief. Informeer vrijblijvend naar de mogelijkheden.

Ondertoezichtstelling
Indien de ouders, een ouder of de ouder en zijn of haar partner de verzorging en opvoeding van hun kind niet op een juiste wijze vervullen, kan er grond bestaan voor ontheffing of ontzetting van de ouder uit het gezag. Dit zijn zeer ingrijpende en vergaande maatregelen. Een stap minder ver, maar daarom niet altijd minder ingrijpend, is het beperken van de ouders (of een ouder of ouder en zijn of haar partner) in het gezag over hun kind. Men moet zich dan houden aan de aanwijzingen van een derde bij de uitoefening van het gezag over hun kind. Zo’n beperking wordt een onder toezichtstelling genoemd.
De rechter kan een kind onder toezicht stellen van een gecerticifeerde instelling (voorheen jeugdzorg of jeugdbescherming). De rechter zal hier alleen toe overgaan als een kind zodanig opgroeit dat hij of zij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet sprake zijn van een situatie waarin de zorg in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor het kind of de (gezaghebbende) ouder(s) en dat deze laatste(n) deze zorg niet of onvoldoende accepteren. Bovendien moet de verwachting aanwezig zijn dat de (gezaghebbende) ouder(s) binnen een aanvaaardbare termijn de verwantwoordelijkheid voor de verzorging en opboeding zelf weer kunnen dragen.
Ondertoezichtstelling
Een ondertoezichtstelling wordt altijd uitgesproken per kind en voor een bepaalde periode, maximaal één jaar en kan daarna worden verlengd met een jaar. De juridische ouders krijgen op een zitting de gelegenheid de rechtbank te laten weten wat zij van het verzoek vinden. U kunt zonder advocaat naar deze zitting gaan, maar dit wordt afgeraden omdat er vaak veel komt kijken bij de zitting en emoties hoog kunnen oplopen. Mw. mr. R. van Manen heeft ervaring met deze zaken, weet welke punten van belang zijn om te benadrukken en wat relevante argumenten voor de rechter kunnen zijn. Ook heeft de advocaat meer afstand, zodat zij het overzicht houdt. Ook staat de advocaat u graag bij als u in hoger beroep wilt gaan tegen de uitspraak van de rechtbank.
Voorlopige ondertoezichtstelling
Soms wordt een kind hangende het onderzoek voorlopig ondertoezicht gesteld. Hiervan kan sprake zijn als onmiddellijk ingrijpen gewenst is, de voorlopige ondertoezichtstelling moet dringend en onverwijld (direct) noodzakelijk zijn. De periode dat een kind voorlopig onder toezicht mag worden gesteld is maximaal drie maanden. Na deze periode kan de voorlopige ondertoezichtstelling worden gevolgd door een ondertoezichtstelling. Dan moet er onderzoek zijn gedaan, waarvan de bevindingen in een rapport zijn vastgelegd waaruit de gronden (redenen) blijken.
Geschillen m.b.t. de gegeven aanwijzingen
Tijdens een periode van (voorlopige) ondertoezichtstelling moeten de met het gezag belaste ouders de aan hen gegeven schriftelijke aanwijzingen van de gecertificeerde instelling opvolgen. Als de ouders het niet eens zijn met een aanwijzing, kan aan de rechtbank worden verzocht een bepaalde aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren (te eindigen). Het is ook mogelijk aan de gecertificeerde instelling te vragen om een bepaalde aanwijzing in te trekken omdat sprake is van gewijzigde omstandigheden.
Indien u vragen hebt of advies wenst, kunt u contact opnemen met Van Manen Advocatuur en uw specifieke situatie voorleggen. U kunt door de advocaat worden bijgestaan op basis van gefinancierde rechtsbijstand of op basis van het reguliere uurtarief. Informeer vrijblijvend naar de mogelijkheden.

Uithuisplaatsing
Soms wordt tezamen met een ondertoezichtstelling ook een machtiging tot uithuisplaatsing aan de rechtbank gevraagd. Als de rechtbank dit verzoek toewijst, mag het kind dag en nacht worden geplaatst in een bepaalde soort voorziening of andere verblijfplaats.
Als de rechtbank een machtiging tot uithuisplaatsing afgeeft, vervalt deze machtiging na drie maanden als de minderjarige in de tussentijd niet daadwerkelijk uit huis is geplaatst.
De rechtbank zal een dergelijk verzoek toewijzen als de uithuisplaatsing in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige is of als de uithuisplaatsing nodig is voor een onderzoek van de geestelijke of lichamelijk gesteldheid van de minderjarige.
Tijdens de uithuisplaatsing kan de gecertificeerde instelling voor de duur van de uithuisplaatsing de contacten tussen de ouder(s) en hun kind beperken. Het is niet toegestaan de contacten volledig uit te sluiten. Indien u als ouder of een kind van twaalf jaar of ouder het niet eens is met deze contactbeperking, kan bezwaar worden gemaakt bij de rechtbank en verzocht worden de beperking geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren (te beëindigen).
De duur van de machtiging tot uithuisplaatsing is voor maximaal één jaar, maar kan door de rechtbank worden verlengd. Indien u het niet eens bent met de uitspraak van de rechtbank, kunt u in hoger beroep gaan. Mw. mr. R. van Manen kan u bijstaan. Ook is het mogelijk dat u tijdens de machtiging tot uithuisplaatsing aan de gecertificeerde instelling verzoekt de uithuisplaatsing te beëindigen of de duur te verkorten.